

Dit jaar, 2026, vier ik een heus jubileum. Ik kan jullie mededelen dat ik dit jaar precies twintig jaar zoek naar de juiste hulp. Een mijlpaal. Mijn halve leven lang klopte ik aan bij hulpverleners. “Ik verwacht wel een feestje”, gaf ik bij de huisarts aan.
Ik maak er maar wat grappen over. Maar het is natuurlijk een hele serieuze zaak. Twintig jaar aan gesprekken, verwijzingen, behandelplannen en verslagen. En wat heeft het me opgeleverd? Niet veel. Het huidige zorgsysteem in Nederland voor mensen met autisme moet echt anders. Maar daar ga ik nu geen uitgebreid betoog over houden. Om twee redenen.
Allereerst heb ik uiteindelijk wel stappen kunnen zetten in die twintig jaar. Ik heb geleerd om op mezelf te vertrouwen. Grappig genoeg moest een coach mij ervan overtuigen dat ik geen coach nodig had. Ik weet dus nu dat ik het zelf moet doen, en zelf kán doen. Het leven is niet perfect. Vallen en opstaan hoort erbij. Maar die worsteling in het leven heeft me wel flink wat gekost. Ik heb er zelfs een heel boek voor moeten schrijven om tot inzichten en oplossingen te komen.
De tweede reden om geen betoog te houden tegen de huidige zorgverlening is omdat het geen nut heeft. Het heeft geen zin om alleen te focussen op de negatieve kanten. We kunnen beter kijken naar wat wél helpt. En gelukkig, er is een oplossing voor betere zorg voor iedereen met autisme. Daarover meer in mijn boek en in mijn volgende column.