“Zo doen we dat hier, dit zijn nou eenmaal onze regels”. Of “we zijn geen sociale instelling, er moet geld verdiend worden”. Dit soort opmerkingen heb ik gedurende mijn carrière vaak gehoord. Of nog scherper: “als je niet oppast kun je straks alleen nog putjesschepper worden”. Prikkelend, maar niet helpend. Het zijn allemaal kreten zonder dat er echt naar elkaar geluisterd wordt. En dus nutteloos.
Doordat ik pas laat de diagnose autisme kreeg, heb ik een aantal jaar gesolliciteerd en gewerkt zonder begeleiding. Dat leverde nogal wat problemen op. Maar ook met een status in het doelgroep register bleek niet alles even makkelijk. Zo heb ik maandenlang moeten vragen om hulp van het UWV en de Gemeente, die beide vonden niet verantwoordelijk te zijn. Tot dat een adviseur werk van het UWV mij wou helpen. Veel ellende in het zoeken naar een baan had me bespaard kunnen worden als er eerder iemand echt naar me had geluisterd. Maar ook later, toen ik een baan gevonden had, liep ik tegen dingen aan. Vaak door een gebrek aan kennis bij mijn collega’s over mijn aandoening. Collega’s die vinden dat ik zeur, in plaats van dat ze vragen wat er echt speelt bij me. Ook hier had veel gedoe voorkomen kunnen worden door te luisteren naar elkaar. Toen ik startte in mijn huidige functie trof ik eindelijk iemand die mijn wél mijn mogelijkheden zag. Was iedereen maar oprecht geïnteresseerd in elkaar. Succesvol een baan vinden voelt soms als een kwestie van geluk. Geluk kun je niet afdwingen, maar je kunt geluk wel een handje helpen.
Voor iedereen zonder arbeidsbeperking ligt hierin een taak. Een taak om extra goed te luisteren. Waar komen de problemen van iemand vandaan, en hoe kun je helpen? Maar hierin ligt ook een taak voor ons zelf, voor iedereen met een arbeidsbeperking. Het moet van beide kanten komen, ook wij moeten bijdragen. Wees zelf de persoon die je zou willen ontmoeten. Dat is voor mij ook nog steeds een les. Daarmee is deze column voor mij, en hopelijk voor anderen, een goede reminder.
Afgelopen juli ging ik voor het eerst alleen op vakantie. Deels om de zomerdrukte in de buurt te ontwijken. Maar vooral om te ervaren hoe het is om helemaal alleen een onbekend avontuur aan te gaan. Ik was flink nerveus van te voren. Daarom had ik ook overal adviezen ingewonnen en hulp ingeschakeld waar mogelijk. Maar eigenlijk viel het reuze mee, al was niet alles even fijn.
Omgevingsgeluiden
Om positief te beginnen: het is me allemaal gelukt. Alles wat ik wilde doen en zien op vakantie, heb ik gedaan en gezien. Maar zoals ik al zei, niet alles was positief. Want al op dag één ontdekte ik dat ik mijn problemen niet thuis had gelaten. Alle moeilijkheden die ik thuis (of op mijn werk) ervoer had ik nu ook. Ik verbaasde me er halverwege de reis pas over dat mijn gedrag en reacties exact dezelfde waren als thuis. Het ergeren aan omgevingsgeluiden, het klagen bij mensen en het vasthouden aan patronen en (verkeerde) gewoontes. Zo had ik binnen drie dagen al twee keer bij de buren geklaagd over een blaffende hond. Maar wie laat nou ook zijn hond dag en nacht blaffen? Het ‘onbezorgd op vakantie gaan, helemaal uitrusten en bijtanken’ waar iedereen het over heeft, dat bestaat dus niet als je autisme hebt, weet ik nu. Artsen en psychologen moeten alle cliënten adviseren op vakantie te gaan. Of doen ze dit al, en heb ik al die jaren niet naar de adviezen geluisterd? Deze vakantie heeft mij namelijk meer inzichten gegeven dan al die gesprekken met behandelaren.
Doen!
Ik heb mezelf deze dagen beter leren kennen. Het is niet de omgeving die zorgt voor mijn problemen, het is mijn reactie op de gebeurtenissen in de omgeving. De manier waarop ik er zelf mee om ga. Ondanks dat, ben al direct aan het denken over de volgende vakantie. Ik leer mezelf graag nog beter kennen. Mijn reisadvies is dus: doen!
Buurtbewoners noemen mij wel eens de buurtwacht. Voor de grap, maar ik weet dat er een kern van waarheid in zit. Dit soort opmerkingen zetten me daarom aan het denken. Het is voor mij belangrijk wat anderen van mij vinden. Dus stel ik mezelf daarop vaak de vraag: “Wil ik wel zo gezien worden?”
Het is zeker niet voor niets dat ik gekscherend zo genoemd wordt. Ik ben van alles op de hoogte in en om mijn straat. Van feest tot incident, ik wil alles weten. Een goed voorbeeld was er afgelopen week nog. De gemeente was onverwacht een aantal bomen aan het snoeien in de wijk. Een relatief kleine en korte actie. Maar voor mij is het een onverwachte, ongewenste inbreuk in mijn vertrouwde omgeving. Met tot gevolg dat ik direct overal inlichtingen ga inwinnen en iedereen in de buurt op de hoogte breng van de actie. Gelukkig maak ik hierbij vaak wel de afweging of ik het wel of niet aan iedereen moet mededelen. Vaak wint mijn autistische kant (direct actie ondernemen) het van mijn meer ‘rationele kant’ (niets doen). Zo ook als het gaat om andere situaties. Sinds kort heb ik in ieder geval eindelijk een koptelefoon met noise cancelling. Iets wat heerlijk is. Had ik dit maar eerder gedaan, in plaats van eigenwijs te zijn. Echter, ik mis nu dus dingen die in mijn omgeving gebeuren. Iets dat voor mij soms ook onprettig en zelfs ongewenst voelt. Wat een dilemma’s.
Eigenlijk heb ik er geen moeite mee als mensen mij zien als buurtwacht. Zo lang ik dit zelf maar niet al te serieus ga nemen. Maar vooral, zo lang buurtbewoners zich er maar niet aan gaan storen. Dus wanneer iedereen er vrede mee heeft, blijf ik graag deze bijzondere functie zo nu en dan vervullen!
Als je zoekt op het spreekwoord ‘stilstand is achteruitgang’ krijg je een scala aan resultaten. Van tips van organisaties tot visies van personen. Toch kan mijn visie daar nog wel bij. Het is namelijk een belangrijk onderwerp om bij stil te staan. Maar eerst de betekenis van het spreekwoord. Volgens een relevante website is dit: ‘als je niet blijft ontwikkelen haalt op den duur de concurrentie je in’.
Voor de reguliere arbeidsmarkt valt hier zeker wat voor te zeggen. Maar hoe zit het dan met onze groep, mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, met een indicatie banenafspraak? Inmiddels heb ik zelf zo’n 15 jaar werkervaring. Ik begon heel enthousiast en leergierig en wou mezelf graag ontwikkelen. Maar al snel kwam ik er achter dat de praktijk heel wat anders is dan de theorie. Leren lukte nog wel, maar functioneren en verder ontwikkelen in een organisatie is een ander verhaal. Ik bleef lang volhouden dat ik wel wou ontwikkelen, maar zocht eigenlijk vooral naar een vaste baan en zekerheid. Ik geloof dat dit iets is dat velen zullen herkennen. Je bent zo bezig met het zoeken naar erkenning en een stabiele baan, dat jezelf ontwikkelen er niet meer van komt. Of misschien zie je de noodzaak niet meer als je eenmaal die vaste plek hebt gevonden. Voor mijzelf zit hier een kern van waarheid in. Ik weet dat ik meer kan dan wat ik nu doe. Daarom ga ik nu een cursus volgen, een opleiding volgen en serieus nadenken over mijn toekomst. Spannend, maar wel de juiste stap. Als ik niets zou doen, zoals de laatste jaren, heb ik ook geen recht om te klagen over mijn carrière.
Ik denk dat het een groot gevaar is voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt om zichzelf niet te ontwikkelen. We staan al op achterstand ten opzichte van reguliere kandidaten voor een functie. Om onze positie te kunnen behouden en verbeteren moeten wij denk ik twee keer zo hard ons best doen. Ook al voelt het soms niet natuurlijk of is het de moeilijke weg. Stilstand is voor ons echt achteruitgang.
Het lijkt alsof die derde week van juli heel Nijmegen feest viert. Maar er zijn ook inwoners van onze stad die jaarlijks flink balen van deze gekte. Ik ben er daar één van. Niet dat ik tegen een feestje of concert ben. Ik wil er alleen zelf voor kunnen kiezen of ik er onderdeel van ben, of niet.
De vierdaagsefestiviteiten nemen een dikke week het normale leven van vrijwel heel Nijmegen over. Alleen als ik er aan denk word ik er al nerveus van. Het hele jaar probeer ik, vanwege mijn autisme, volgens een gebalanceerde planning te leven. Tussen onderprikkeling (te weinig prikkels) en overprikkeling (te veel prikkels). Die balans kan ik in de vierdaagse week wel vergeten. Met alle gevolgen van dien. De overprikkeling daardoor, uit zich bij mij in vele facetten. Onrust, irritatie, vermoeidheid, negatieve gevoelens en veel conflicten. Het enige dat dan helpt is volledige rust of een ontspannen activiteit zoals een lange wandeling. Zonder anderen om me heen. In de vierdaagseweek is dit onmogelijk. Zelfs een bioscoop bezoeken, een rustig terrasje of even op je gemak winkelen kan deze week niet. Nee, deze zeven dagen kun je in Nijmegen alleen feesten, drinken en lawaai maken. Nijmegen wil dé stad voor jongeren zijn, en is dat ook. Maar soms gaat dit ten koste van de aandacht voor de kwetsbare medemens van onze mooie stad.
Nijmegenaren zeggen wel eens “je moet er aan meedoen, of je moet die week weg zijn”. Vieren of vluchten. Je er tegen verzetten werkt niet, geloof me, ik heb het geprobeerd. Nee, dan kan ik maar beter vluchten en er een verplichte vakantie van maken. Dat kan ook heel fijn zijn toch?
Een korte versie van deze column is verschenen in Hallo! Nijmegen. Deze, iets langere versie, op de website van De Brug Nijmegen.