Buurtbewoners noemen mij wel eens de buurtwacht. Voor de grap, maar ik weet dat er een kern van waarheid in zit. Dit soort opmerkingen zetten me daarom aan het denken. Het is voor mij belangrijk wat anderen van mij vinden. Dus stel ik mezelf daarop vaak de vraag: “Wil ik wel zo gezien worden?”
Het is zeker niet voor niets dat ik gekscherend zo genoemd wordt. Ik ben van alles op de hoogte in en om mijn straat. Van feest tot incident, ik wil alles weten. Een goed voorbeeld was er afgelopen week nog. De gemeente was onverwacht een aantal bomen aan het snoeien in de wijk. Een relatief kleine en korte actie. Maar voor mij is het een onverwachte, ongewenste inbreuk in mijn vertrouwde omgeving. Met tot gevolg dat ik direct overal inlichtingen ga inwinnen en iedereen in de buurt op de hoogte breng van de actie. Gelukkig maak ik hierbij vaak wel de afweging of ik het wel of niet aan iedereen moet mededelen. Vaak wint mijn autistische kant (direct actie ondernemen) het van mijn meer ‘rationele kant’ (niets doen). Zo ook als het gaat om andere situaties. Sinds kort heb ik in ieder geval eindelijk een koptelefoon met noise cancelling. Iets wat heerlijk is. Had ik dit maar eerder gedaan, in plaats van eigenwijs te zijn. Echter, ik mis nu dus dingen die in mijn omgeving gebeuren. Iets dat voor mij soms ook onprettig en zelfs ongewenst voelt. Wat een dilemma’s.
Eigenlijk heb ik er geen moeite mee als mensen mij zien als buurtwacht. Zo lang ik dit zelf maar niet al te serieus ga nemen. Maar vooral, zo lang buurtbewoners zich er maar niet aan gaan storen. Dus wanneer iedereen er vrede mee heeft, blijf ik graag deze bijzondere functie zo nu en dan vervullen!
Als je zoekt op het spreekwoord ‘stilstand is achteruitgang’ krijg je een scala aan resultaten. Van tips van organisaties tot visies van personen. Toch kan mijn visie daar nog wel bij. Het is namelijk een belangrijk onderwerp om bij stil te staan. Maar eerst de betekenis van het spreekwoord. Volgens een relevante website is dit: ‘als je niet blijft ontwikkelen haalt op den duur de concurrentie je in’.
Voor de reguliere arbeidsmarkt valt hier zeker wat voor te zeggen. Maar hoe zit het dan met onze groep, mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, met een indicatie banenafspraak? Inmiddels heb ik zelf zo’n 15 jaar werkervaring. Ik begon heel enthousiast en leergierig en wou mezelf graag ontwikkelen. Maar al snel kwam ik er achter dat de praktijk heel wat anders is dan de theorie. Leren lukte nog wel, maar functioneren en verder ontwikkelen in een organisatie is een ander verhaal. Ik bleef lang volhouden dat ik wel wou ontwikkelen, maar zocht eigenlijk vooral naar een vaste baan en zekerheid. Ik geloof dat dit iets is dat velen zullen herkennen. Je bent zo bezig met het zoeken naar erkenning en een stabiele baan, dat jezelf ontwikkelen er niet meer van komt. Of misschien zie je de noodzaak niet meer als je eenmaal die vaste plek hebt gevonden. Voor mijzelf zit hier een kern van waarheid in. Ik weet dat ik meer kan dan wat ik nu doe. Daarom ga ik nu een cursus volgen, een opleiding volgen en serieus nadenken over mijn toekomst. Spannend, maar wel de juiste stap. Als ik niets zou doen, zoals de laatste jaren, heb ik ook geen recht om te klagen over mijn carrière.
Ik denk dat het een groot gevaar is voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt om zichzelf niet te ontwikkelen. We staan al op achterstand ten opzichte van reguliere kandidaten voor een functie. Om onze positie te kunnen behouden en verbeteren moeten wij denk ik twee keer zo hard ons best doen. Ook al voelt het soms niet natuurlijk of is het de moeilijke weg. Stilstand is voor ons echt achteruitgang.
Het lijkt alsof die derde week van juli heel Nijmegen feest viert. Maar er zijn ook inwoners van onze stad die jaarlijks flink balen van deze gekte. Ik ben er daar één van. Niet dat ik tegen een feestje of concert ben. Ik wil er alleen zelf voor kunnen kiezen of ik er onderdeel van ben, of niet.
De vierdaagsefestiviteiten nemen een dikke week het normale leven van vrijwel heel Nijmegen over. Alleen als ik er aan denk word ik er al nerveus van. Het hele jaar probeer ik, vanwege mijn autisme, volgens een gebalanceerde planning te leven. Tussen onderprikkeling (te weinig prikkels) en overprikkeling (te veel prikkels). Die balans kan ik in de vierdaagse week wel vergeten. Met alle gevolgen van dien. De overprikkeling daardoor, uit zich bij mij in vele facetten. Onrust, irritatie, vermoeidheid, negatieve gevoelens en veel conflicten. Het enige dat dan helpt is volledige rust of een ontspannen activiteit zoals een lange wandeling. Zonder anderen om me heen. In de vierdaagseweek is dit onmogelijk. Zelfs een bioscoop bezoeken, een rustig terrasje of even op je gemak winkelen kan deze week niet. Nee, deze zeven dagen kun je in Nijmegen alleen feesten, drinken en lawaai maken. Nijmegen wil dé stad voor jongeren zijn, en is dat ook. Maar soms gaat dit ten koste van de aandacht voor de kwetsbare medemens van onze mooie stad.
Nijmegenaren zeggen wel eens “je moet er aan meedoen, of je moet die week weg zijn”. Vieren of vluchten. Je er tegen verzetten werkt niet, geloof me, ik heb het geprobeerd. Nee, dan kan ik maar beter vluchten en er een verplichte vakantie van maken. Dat kan ook heel fijn zijn toch?
Een korte versie van deze column is verschenen in Hallo! Nijmegen. Deze, iets langere versie, op de website van De Brug Nijmegen.
Het maken van keuzes kan voor mij soms een dagtaak zijn. Zelfs de keuze voor kleine dagelijkse dingen. Ik kan gerust minutenlang voor de groente- en fruitafdeling blijven staan, waarbij ik in mijn hoofd alle mogelijkheden afweeg. Vaak met veel irritatie van andere klanten tot gevolg. Mensen, laat mij even rustig denken, ik sta hier voor een moeilijke beslissing!
Hoe groter de beslissing, hoe moeilijker en tijdrovender het proces. Voor grotere en echt belangrijke keuzes maak ik lijstjes om tot de juiste keuze te kunnen komen. En veelal vraag ik vrienden, familie of wie er ook maar in de buurt is om een mening. Die mening heeft vaak weinig nut overigens. Ik laat mijn ouders wel eens de lijstjes zien. Hierop krijg ik dan vaak opmerkingen terug als “Ja mooi, ziet er prima uit!” of “Goed bezig!”. Soms maak ik gewoon geen keuze. Soms stel ik een keuze net zo lang uit totdat de beslissing voor mij gemaakt wordt. Zeker niet ideaal, maar wel makkelijk. Die keuzestress is wel interessant, of eigenlijk ook treurig als ik hier verder over nadenk. Ik durf namelijk niet op mijn eigen gevoel te vertrouwen, ik durf niet te gaan voor mijn eerste keuze. Nee, ik betrek zoveel mogelijk mensen en informatie in dit proces. Volgens mij is dit een autistisch trekje.
Autisten horen hun hele leven dat ze anders zijn, anders denken. Dat maakt je onzeker. De uitdrukking ‘Joost mag het weten’, waarmee iemand wil zeggen ‘ik heb geen flauw idee’, klopt dus aardig in mijn geval. Meestal kies ik uiteindelijk in de supermarkt dan maar wat in de aanbieding is. De veilige keuze.
‘Aanhoudende geestelijke druk, spanning.’ Dat is de definitie van stress volgens Van Dale. Daar kunnen de meeste mensen met autisme wel een heel boek over schrijven, denk ik. Zo ook ik. Maar als ik nou denk aan wat bij mij het meeste spanning en stress veroorzaakt, dan is dat toch ‘mooi weer’. Of zoals ik vaak zeg: ‘Wat de gemiddelde Nederlander mooi weer noemt.’ Dat zal ik uitleggen.
Die ‘mooi weer’-stress begint tegenwoordig al ergens half februari en duurt tot september, oktober soms. Vanaf het moment dat de temperatuur boven de vijftien graden uitkomt. Het moment dat iedereen massaal de deuren losgooit en aan werkelijk alles in en om de tuin begint te klussen. De eerste lentezon zorgt voor een tsunami aan prikkels. Die eerste lenteachtige dagen zijn een drama voor mij als autist. Al helemaal doordat ik weet dat dit pas het begin is. Traditioneel wil ik dan ook zodra de lente zich aandient verhuizen (hutje op de heide gezocht!).
Zodra de temperatuur verder omhoog gaat en we richting zomerse waarden gaan, neemt daarmee de lengte van de prikkels ook toe, en daarmee mijn stress ook. In de lente kijk ik iedere dag naar de veertiendaagse weersvoorspelling, in de zomer zelfs meerdere keren per dag. Warme dagen en zwoele zomeravonden staan voor mij gelijk aan feestjes in de buurt, spelende kinderen, buren die hele avonden in de tuin doorbrengen, prikkels, herrie, onrust. Het kan me volledig in z’n greep houden, iedere dag de verwachtingen en gevolgen afwegen.
Mijn eigen leven leiden kan ik in de zomer lang niet altijd. Gedurende de zomer, vind ik er gelukkig meestal wel mijn weg in. Deze maanden vlucht ik regelmatig naar het rustige bos of de bioscoop. Ik besef natuurlijk ook wel dat ik er zelf mee moet leren omgaan. Maar de momenten dat ik dan echt even gelukkig ben, is wanneer een zomerse plensbui een einde maakt aan de warmte, en daarmee ook aan de herrie van iedereen om me heen.
Het is overigens een misverstand dat ik een hekel heb aan warm weer. Ook ik vind het fijn en kan er van genieten. Of anders gezegd, ik zou ervan kunnen genieten, ik zou ervan willen genieten. Want in de praktijk kan ik dat door prikkels nooit. Wat zou het fijn zijn als mensen daar wat meer rekening mee konden houden. Zodat ik ook kan genieten, in plaats van steeds in de stress te schieten.
(Verschenen in: Autisme Magazine, 02, jaargang 49, zomer 2022, pagina 53)