Ik verbaas me altijd al over de wereld om me heen. Maar als het gaat over hoe we soms met elkaar omgaan, voel ik me de laatste tijd écht anders. Het lijkt wel alsof eerlijk zijn, vriendelijk zijn en elkaar helpen, eerder de uitzondering in plaats van de norm is geworden.
Er zijn veel stomme dingen waar het mee afgelopen moet zijn, zoals Arjen Lubach weleens in zijn Avondshow zegt. Net als Lubach, mopper ik ook graag. Alleen voor een wat kleiner publiek. Ik heb het regelmatig in mijn schrijfsels over ergernissen. En daar ga ik voorlopig nog even mee door. Deze keer: de flitsmeldingen.
Die meldingen rond het journaal over waar er geflitst wordt op de (snel)wegen. Veel commerciële en regionale radiozenders hebben deze rubriek vast opgenomen in hun programmering. En er is zelfs een website met alle flitsmeldingen, een app met flitsmeldingen en ga zo maar door. Wat een achterlijk fenomeen. Je waarschuwt mensen om even niets strafbaars te doen (te hard rijden), met de nadruk op ‘even’. Pas op mensen, je mag momenteel even niet te hard rijden op de A325 tussen kilometerpaaltje 39.1 en 39.2, want dan krijg je een boete. Maar na kilometerpaaltje 39.3 maakt het niet meer uit. Trap het gaspedaal lekker in, haal rechts in en bel gelijk een vriend. Doe vooral wat je wilt, want daar is geen controle meer.
We gaan toch ook geen dienst optuigen die meldt waar momenteel (geen) politie aanwezig is? Voor als je even zin hebt om drugs te dealen of een ander misdrijf te plegen. Dan kijk je eerst even op 'Politiemeister' of de kust veilig is. Want als je niet gepakt wordt, dan mag het? Nee, ik ben nu niet serieus. Maar waarom zijn die flitsmeldingen dat dan wél?
Nee, deze column gaat niet over hoe moe ik ben doordat ik autisme heb. Nee, hij gaat over hoe moe ik word van het gebruik van autisme, steeds maar weer. Natuurlijk, in veel zaken in mijn leven speelt autisme een rol. Maar dat wil nog niet zeggen dat het er steeds over moet gaan.
De zelfscankassa's winnen terrein, ook in de supermarkten. Het is ook best fijn. Even snel wat afrekenen zonder contact met een kassamedewerker. Zonder andere onrustige klanten veel te dicht en ongemakkelijk om je heen. Maar de bedenkingen en twijfels bij dit systeem blijven, en groeien zelfs.
Toch vindt de grootste supermarktketen van Nederland, Albert Heijn, die paar zelfscan kassa’s niet genoeg. Ze willen toegroeien naar een groot serviceplein. De vestiging aan de Groenestraat in Nijmegen is de eerste die overgaat. Een afrekengedeelte waar alle klanten alles zelf doen, en waar de medewerkers alleen ter controle of voor hulp paraat staan. Ook de servicebalie verdwijnt. Alles reken je straks via een machine af. Ook als je contant wil betalen. Ook voor loten, postzegels, bloemen en kranten. De overgang hiernaar zorgt voor erg ongemakkelijke situaties. Niet alleen bij mij. Medewerkers moeten klanten erop wijzen dat ze alles voortaan zelf moeten doen. Vanaf een afstandje achter de poortjes schreeuwen ze naar wachtenden bij de servicebalie kreten als: "Kan ik u helpen”, “Kunt u pinnen”, “Ik kan/mag hier niet weg”, “Ik ben maar alleen hier”, en “U kunt het ook zelf doen?!”. Iedereen wordt gedwongen naar het serviceplein te gaan. Het liefste zou ik willen terugschreeuwen "Ik wil service!" of "kom gewoon hierheen man!". Op dit soort momenten moet ik in mezelf echt even tot 10 tellen. Of nog langer soms.
In de automatiseringsdrang vergeet Albert Heijn het belangrijkste. De klant. Laat de keuze bij de klant. En vooral waardeer de klant. Loop mee als er een vraag is, maak een praatje, doe 's lief! En een glimlach in plaats van een geïrriteerde blik kost je geen extra tijd toch? Anders ga ik voortaan maar naar de discountsupermarkt.